Het énige Nederlandse boek dat een volledig boekverbod overwon:
Nu gratis te downloaden
Loslippige spionnen, een arglistige generaal en onschuldige burgers: De doofpotgeneraal     leest als een spannende spionageroman. Maar het dient ook als feitelijke getuigenis van hoe een Nederlandse cover-up-operatie volledig ontspoorde. De inzet: het beruchte fotorolletje van Srebrenica. Het boek werd verboden, maar dit werd in hoger beroep herroepen. Al deze ontwikkelingen staan in deze derde herziene druk.
Download
en deel het vrijelijk, als een klein eerbetoon aan de strijd tegen censuur.
De doofpotgeneraal, 3e herziene druk Edwin Giltay | Nawoord Hans Laroes
Den Haag: 2025 | PDF: gratis download
304 pagina’s, met illustraties in kleur
Deze zaak is geen afgesloten hoofdstuk. Ze heeft mondiaal media-aandacht gekregen en raakt de kern van een functionerende democratie:
•
Voor de geschiedenis:
Het boek diende als bewijsstuk in de rechtszaak van de Moeders van Srebrenica tegen de Nederlandse Staat en droeg bij aan het arrest van de Hoge Raad waarin Nederland gedeeltelijk aansprakelijk werd gesteld voor de dood van ongeveer 350 slachtoffers van genocide.
•
Voor de persvrijheid:
Met gerechtelijke lof voor de nauwkeurigheid vestigde De doofpotgeneraal  een wereldwijd uniek precedent: een volledig verbod opgeheven met expliciete rechterlijke validatie van de feitelijke inhoud.
•
Voor democratische integriteit:
Het legt institutionele karaktermoord bloot. Terwijl de minister van Justitie bevestigde dat het boek niet als nepnieuws wordt beschouwd, bestempelde de minister van Defensie de auteur als “volledig gestoord”. Deze bewering blijft online staan, ondanks weerlegging door eigen psychologen van Defensie, rechtbanken en de beschuldigster zelf. Elke erkenning hier ontkracht die aanval en herstelt de geloofwaardigheid die nodig is om de kernkwestie aan te pakken: verantwoording voor Srebrenica.
•
Voor staatsverantwoordelijkheid:
Deze zaak documenteert het draaiboek dat de Nederlandse Staat hanteert wanneer het wordt geconfronteerd met zijn donkerste mislukkingen: stilzwijgen, obstructie en karaktermoord. Het decennialange patroon van Defensie laat zien hoe staatsinstellingen zelfbehoud boven historische waarheid stellen. Om die cyclus te doorbreken is systematische documentatie en aanhoudende publieke druk nodig. Toch blijft het stil.
Deze selectie van 12 sleutelcitaten belicht de misstanden rond een inlichtingenoperatie waar geheimhouding botst met transparantie. De stemmen verhelderen een bredere strijd voor overheidsverantwoording en confronteren Defensie met haar rol in de affaire, die culmineerde in een rechterlijke triomf tegen een boek- en spreekverbod (zie censuurvonnis
ECLI:NL:RBDHA:2015:15050
en arrest
ECLI:NL:GHDHA:2016:870).
Toelichting:  De doofpotgeneraal draait om een Nederlandse doofpotoperatie rond bewijs van oorlogsmisdaden, waarbij Srebrenica een rol speelt maar niet het hoofdonderwerp is.
‘Het boek De doofpotgeneraal  mag weer worden verspreid. Er bestaat geen twijfel over de zorgvuldigheid waarmee Edwin Giltay het heeft
geschreven.’
‘Over het mislukte fotorolletje uit Srebrenica, en over de warboel van intriges en rookgordijnen rond het verdwijnen van dit mogelijke bewijsmateriaal
van oorlogsmisdaden.’
‘Leestip! Het boek over het inzetten van geheim agenten en het fotorolletje van Dutchbat III werd eerst door de rechtbank verboden, maar is nu
vrijgegeven zodat iedereen kan lezen wat er gebeurt in Nederland.’
‘De werkelijkheid blijkt weer bizarder dan de grootste complottheorie. Dit boek bewijst dat werkelijk alles kan, ook in Nederland, inclusief bedreigingen.’
‘De heer Giltay heeft een indrukwekkend boek geschreven over zijn ervaringen. De minister van Defensie moet een écht antwoord
geven. Dit moet worden rechtgezet.’
De gebeurtenissen in deze affaire zijn zo bizar dat ze zonder documentatie al snel de indruk kunnen wekken van paranoia. Dat is precies de reden waarom vrijwel elk feit hier verifieerbaar is.
Op 12 april 2016 wees het Gerechtshof Den Haag een baanbrekend arrest: het hief zowel het volledige verbod op De doofpotgeneraal  op als het spreekverbod van de auteur. Maar het Hof ging verder dan louter herstel van de vrijheid van meningsuiting: het bevestigde expliciet de inhoud van het boek. “Er is geen twijfel over de nauwkeurigheid waarmee Edwin Giltay het heeft geschreven,” oordeelden de rechters. “Bovendien gaat het om zaken van maatschappelijk belang, zoals de Militaire Inlichtingendienst en het filmrolletje van Srebrenica”
(zie arrest ECLI:NL:GHDHA:2016:870).
Deze combinatie is uitzonderlijk zeldzaam. In tegenstelling tot vermaarde zaken als de Pentagon Papers of Spycatcher, waar verboden uitsluitend op grond van vrijheid van meningsuiting werden opgeheven, gingen de Nederlandse rechters een stap verder: zij prezen de zorgvuldigheid van de auteur. Zoals het Hof vaststelde, waren zelfs vermeende onjuistheden “onvoldoende om de zorgvuldigheid in twijfel te trekken waarmee Giltay te werk is gegaan bij het schrijven van het boek.” Het Banned Books Museum noemt dit “een zeer zeldzaam voorbeeld van een auteur die met succes een boekverbod heeft aangevochten”
(video).
In de Nederlandse rechtsgeschiedenis vormt dit een uniek precedent. Terwijl schrijvers als Multatuli zegevierden over aanvallen op specifieke passages, is De doofpotgeneraal  het enige Nederlandse boek waarvan een volledig verbod
(ECLI:NL:RBDHA:2015:15050)
gerechtelijk is opgeheven. Die vernietiging was mogelijk omdat het verbod juridisch zwak stond, het bewijs overweldigend was en het onderwerp van direct publiek belang. Maar de juridische zege is slechts een deel van het verhaal. Wat deze zaak zo belangrijk maakt, is wat het boek aan het licht brengt, en hoe de overheid daarop heeft gereageerd. Of beter gezegd: hoe zij daar niet op heeft gereageerd.
De regering spreekt zichzelf tegen
De reactie van de Nederlandse regering op dit gerechtelijk gevalideerde boek vertoont een opvallende interne tegenstrijdigheid. De minister van Justitie stelde in 2021 dat De doofpotgeneraal “geenszins” als nepnieuws, complottheorie of anti-overheidspropaganda wordt beschouwd
(PDF).
Daarmee sloot hij alle drie de diskwalificerende labels uit en bevestigde hij feitelijk de legitimiteit ervan, hetgeen in lijn is met het arrest van 2016. In 2018 deed de minister van Defensie het boek echter af als “een mix van feiten en fictie”
(PDF). Dit plaatst het publiek voor een onmogelijke keuze.
Dit gebrek aan eensluidendheid is constitutioneel problematisch. Ministers zijn verplicht om consistent overheidsbeleid te voeren, maar hier nemen ze tegengestelde standpunten in over hetzelfde door de rechter gevalideerde werk. De ene minister erkent de feitelijke basis ervan, terwijl de ander het afdoet als een mengeling van waarheid en verzinsel. Wie heeft gelijk: de minister van Justitie, of de minister van Defensie, die al decennialang weigert opheldering te geven? In 2017 besloot de Tweede Kamercommissie Defensie unaniem dat de minister van Defensie een inhoudelijke reactie moest geven op de beschuldigingen in het boek
(PDF).
Toch is deze er nooit gekomen. Kan een regering als scheidsrechter van de waarheid fungeren wanneer haar eigen ministers elkaar tegenspreken? Als ministers niet met één stem kunnen spreken over zaken van groot historisch belang, hoe kunnen burgers dan op hun woord vertrouwen?
Wat het boek onthult: de Srebrenica-doofpot
Wat heeft dit institutionele stilzwijgen veroorzaakt? De doofpotgeneraal  beschrijft minutieus hoe een Nederlandse militaire inlichtingenoperatie volledig uit de hand liep. Die operatie omvatte het bespioneren van burgers op hun werkplek en het onderdrukken van fotografisch bewijs met betrekking tot de genocide van Srebrenica in 1995, waarbij meer dan 8.000 Bosniakken (Bosnische moslims) werden vermoord nadat Nederlandse VN-troepen faalden in de bescherming van hun enclave. Het filmrolletje legde zowel Servische oorlogsmisdaden vast als Nederlandse troepen die assisteerden bij de deportatie van Bosniakken, bewijsmateriaal dat het Nederlandse leger wilde verdoezelen.
Het boek beschrijft hoe deze operatie begon met de infiltratie van militair inlichtingenofficier Barbara Overduyn in Giltays civiele werkplek in 1998, waarbij onder meer sprake was van inbraak en fotografische observatie
(PDF).
Zij had Giltay benaderd terwijl ze openlijk sprak over intern verzet binnen haar inlichtingendienst tegen de onderdrukking van de Srebrenica-foto’s. Nadat Giltay een klacht indiende bij de nationale ombudsman, beschuldigde Overduyn hem ervan “irritant”, “onaangepast” en “volledig gestoord” te zijn
(PDF),
wat de minister van Defensie overnam als zijn officiële standpunt aan de ombudsman.
Giltay meldde deze ministeriële laster in juni 1999 bij de hoofdofficier van justitie
(PDF).
Twee weken later werden zowel het hoofd van de Militaire Inlichtingendienst als zijn plaatsvervanger door de minister ontslagen na bevindingen van ernstig wanbeleid
(PDF).
De karakterisering door de minister staat echter nog steeds online
(rapport  1999/507).
Dit ondanks ruim tegenbewijs: een Defensiekeuring uit 1998 die een sterk karakter constateerde
(PDF),
professionele aanbevelingen van multinationals waaronder IBM en Deloitte
(PDF,
PDF,
PDF,
PDF),
de bevestiging door het gerechtshof van Giltays nauwkeurigheid, en Overduyns eigen latere erkenning dat haar beweringen zijn weerlegd
(PDF).
Al in 2000 intervenieerde Hare Majesteit Koningin Beatrix op verzoek van Giltay aangaande zijn strafrechtelijke lasteraangifte
(PDF),
waarop burgemeester Wim Deetman van Den Haag formeel erkende dat zijn politiekorps onjuist jegens hem had gehandeld
(PDF,
PDF).
Het was vervolgens het arrest van 2016 die het maatschappelijk belang van Giltays onthullingen ondubbelzinnig vaststelde. De impact van het boek reikt veel verder dan de rechtszaal: meer dan vierhonderd publicaties—in gedrukte media, radio, televisie en online, van Brazilië tot Indonesië—brachten het verhaal naar ruw geschat tien miljoen mensen wereldwijd. (Deze ruwe schatting is gebaseerd op de gecombineerde lezers- en kijkersaantallen gedurende de loop der jaren van grote outlets zoals onder meer Al Jazeera Balkans, Al Jazeera Documentary, Dnevni Avaz, NOS  en Nu.nl, aangevuld met publicaties in talrijke minder bekende online platforms, blogs, en sociale media wereldwijd.)
Deze internationale aandacht weerspiegelt niet alleen nieuwsgierigheid naar een verboden boek, maar ook bezorgdheid over wat het onthult: bewijs van institutionele doofpotpraktijken in de nasleep van de genocide van Srebrenica. In juli 2015 citeerden de Moeders van Srebrenica het boek als bewijs van precies het doofpotpatroon dat erin wordt beschreven. Hun memorie van grieven tegen de Nederlandse Staat
(PDF, pp. 23–25)
vermeldt het boek samen met tientallen andere bewijsstukken.
Hoewel de Staat de boekinhoud in de rechtszaak van de Moeders niet weerlegde, bleef het boek niet onbestreden vanuit militaire inlichtingenkringen. Naar eigen zeggen benaderde Overduyn het Ministerie van Defensie, dat het werk bleek te kennen maar besloot zelf geen actie te ondernemen
(PDF).
Hierop eiste zij een volledig boek- en spreekverbod, dat in 2015 werd opgelegd maar door het Hof in 2016 werd vernietigd. In 2019 oordeelde de Hoge Raad in de zaak van de Moeders dat Nederland gedeeltelijk aansprakelijk is voor de dood van ongeveer 350 mannen tijdens de Srebrenica-genocide
(ECLI:NL:HR:2019:1223).
Nog twee andere affaires
Het boek legt niet alleen de militaire inlichtingenoperatie rond Srebrenica bloot. Het beschrijft ook een apart honey-trap-programma van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). In deze operatie, die voor het parlement werd verborgen, werden Nederlandse studenten als particulieren gecontracteerd met zwijgclausules als “gastvrouwen en -heren” om buitenlandse diplomaten te verleiden. Giltay werd hiervoor benaderd in 1992, waarbij hij onjuist werd geïnformeerd over de mogelijke chantage en de geopolitieke en persoonlijke gevaren hieraan verbonden
(e-boek, pp. 48–49, 86–91).
In 2015 verklaarde minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk, verantwoordelijk voor de opvolger van de BVD, ondanks de gedetailleerde kennisgeving van Giltay: “Ik zal hierop niet inhoudelijk reageren”
(PDF).
Op verzoek van de auteur gaf hij echter opdracht tot een officieel onderzoek door de CTIVD, de toezichtcommissie voor de inlichtingendiensten, dat hij 46 dagen later introk
(PDF,
PDF).
Op dezelfde civiele werkplek waar Overduyn in 1998 infiltreerde, werkte tevens een vrouw die vanwege de IRT-affaire onverdiend in een levensgevaarlijke situatie was beland. Dit corruptieschandaal betrof infiltratie door overheidsdiensten in de georganiseerde drugscriminaliteit
(e-boek, pp. 77–78).
Ze was gevlucht uit haar provinciestad en door het Ministerie van Justitie opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma. (Giltay leerde dit al in 1999, maar zweeg erover tot 2026 omwille van de veiligheid van zijn oud-collega.)
Zo liepen een volkenmoordgerelateerde doofpot, een geheim honey-trapprogramma en een grensoverschrijdend drugscorruptieschandaal door dit verhaal heen. De samenloop van drie affaires kan helpen verklaren waarom de Staat zo muisstil is gebleven: erkenning van de bevindingen over de Militaire Inlichtingendienst zou de onthulling over de Binnenlandse Veiligheidsdienst geloofwaardigheid kunnen verlenen, en vice versa. En dan is er de zorgplicht rond de getuigenbescherming: het ene ministerie hielp een beschermde getuige voor haar veiligheid aan een werkplek waar het andere ministerie vervolgens een inlichtingenoperatie uitvoerde. De linkerhand van de Staat compromitteerde wat de rechterhand beschermde. Erkenning hiervan zou het hele getuigenbeschermingsprogramma ter discussie stellen.
Het resultaat is een Staat die met drie tegenstrijdige stemmen spreekt: afwijzing (Defensie), weigering om te reageren (Binnenlandse Zaken), en bevestiging (Justitie). Hiermee wordt het publieke vertrouwen ondermijnd in de betrouwbaarheid van de regering om haar eigen institutionele tekortkomingen eerlijk aan te pakken.
De keuze voor stilzwijgen
Ondanks de gerechtelijke validatie en internationale impact van het boek hebben de ministeries die erin worden genoemd, inhoudelijk stilzwijgen betracht over de onthullingen. Dit patroon begon al vóór publicatie: in maart 2014 ontvingen de ministers van Defensie en Binnenlandse Zaken een formele kennisgeving met een deadline voor een reactie, bevestigd door een ondertekende ontvangstbevestiging
(PDF,
PDF).
Zij kozen ervoor niet te reageren. Er kwam geen inhoudelijke reactie bij de publicatie, noch toen het verbod in 2016 met gerechtelijke lof werd opgeheven.
In juni 2017 wees Defensie een verzoek tot intrekking van de ministeriële laster uit 1999 af met een beroep op het ombudsmanrapport uit 1999 en een CTIVD-onderzoek. Beide instanties zouden namelijk Giltays klachten over de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) ongegrond hebben verklaard
(PDF).
Het ombudsmanrapport was echter door het Gerechtshof Den Haag ontkracht toen het de nauwgezetheid van het boek bevestigde
(ECLI:NL:GHDHA:2016:870).
Generaal Onno Eichelsheim, directeur MIVD en huidig commandant der Strijdkrachten, schreef Giltay in oktober 2017: “De CTIVD heeft geen klacht van u jegens de MIVD behandeld. Er is om die reden ook geen rapport van de CTIVD”
(PDF).
Eveneens in 2017 eiste de Tweede Kamercommissie Defensie unaniem dat de minister inhoudelijk zou reageren. De officiële Kamerbrief ontweek de hele militaire inlichtingenaffaire echter volledig
(PDF).
Minister Ank Bijleveld, gevraagd naar de zaak in 2018, verklaarde eenvoudigweg: “Daar vindt Defensie verder niets van”
(PDF).
Ook nadat de Hoge Raad in 2019 oordeelde dat Nederland deels aansprakelijk is voor ongeveer 350 Srebrenica-doden
(ECLI:NL:HR:2019:1223),
in een zaak waarin het boek onderdeel was van het procesdossier, hoorde Giltay niets. In 2020 nodigde hij Defensie nogmaals formeel uit inhoudelijk te reageren, ditmaal met het oog op een vertaling
(PDF).
De minister antwoordde dat zij “geen behoefte heeft om inhoudelijk op uw boek te reageren”, zonder dat juridisch te motiveren
(PDF).
In 2021 bevestigde de minister van Justitie expliciet dat noch het boek noch de auteur als “staatsgevaarlijk” wordt beschouwd
(PDF).
Daarmee bestaat er geen juridische rechtvaardigingsgrond voor de verstoringsmaatregelen waaraan Giltay sinds 1998 is onderworpen. Hadden de ministers van Defensie en Binnenlandse Zaken bovendien gemeend dat staatsgeheimen, militaire veiligheidsbelangen of lopende operaties publicatie in de weg stonden, dan had het bestuursrecht hen verplicht dat uitdrukkelijk aan te voeren. Beiden deden dat niet in 2014. Defensie deed het evenmin in 2020. Hun zwijgen is dus geen wettelijke geheimhouding. Het is een keuze. Hiermee vervalt ook de laatste juridische grond waarop de verstoringsmaatregelen nog verdedigbaar leken.
Het stilzwijgen van Defensie strekt zich zelfs uit tot het filmrolletje. Hoewel Agfa-fotodeskundigen in München concludeerden dat het rolletje zo grondig was vernietigd dat dit alleen met opzet kon zijn gebeurd
(PDF),
volhardt Defensie in het verhaal van een ontwikkelfout. Dit blijft het standpunt van het Ministerie van Defensie
(PDF).
Deze volharding schept een ongekende asymmetrie: de kloof tussen gedocumenteerde vaststelling van de feiten en het aanhoudend uitblijven van institutionele verantwoording blijft onoverbrugd. In een functionerende democratie met robuuste controlemechanismen zou een dergelijke aanhoudende weigering om in te gaan op een rechterlijk gevalideerd boek onmogelijk zijn. Dat het doorgaat is geen leemte in dit verhaal. Het is  het verhaal.
De situatie doet denken aan een schaakpartij waarin een speler, geconfronteerd met onvermijdelijk schaakmat, simpelweg weigert nog een zet te doen. Wat gebeurt er als een speler het bewijs niet erkent, maar ook niet weerlegt? Ze voorkomen een formele nederlaag, maar verandert dat iets aan de uitkomst? Voor elke toeschouwer is het schaakmat al duidelijk. Het stilzwijgen van de ministeries onthult precies de doofpotmentaliteit die dit boek aan de kaak stelt: een institutioneel onvermogen om ongemakkelijke waarheden onder ogen te zien over omstreden inlichtingenoperaties, waaronder een gelinkt aan het grootste falen in de moderne Nederlandse geschiedenis.
Van obstructie naar erkenning
In 2023 behaalde Giltay opnieuw overwinningen op staatsobstructie. Hoewel de nationale ombudsman zijn dossier letterlijk “in de kluis” had opgeborgen
(PDF),
oordeelde de rechtbank dat de instelling zijn informatieverzoek ten onrechte had geblokkeerd
(ECLI:NL:RBDHA:2023:17841)
en legde in een latere uitspraak zelfs een dwangsom op
(ECLI:NL:RBDHA:2023:20409).
Met deze door de rechter opgedragen gelden
(PDF)
financierde Giltay de vertaling en gratis wereldwijde verspreiding van de Engelstalige editie van zijn boek
(e-boek),
waarmee staatsobstructie ironisch genoeg werd omgezet in mondiale toegankelijkheid. In 2024 werd deze internationale editie gelanceerd in het Banned Books Museum in Tallinn, Estland, dat het boek opnam in zijn collectie naast de ‘verboden’ Nederlandse editie.
De nieuwe editie kreeg onverwachte erkenning uit de techwereld. In 2025 stelde xAI’s chatbot Grok zelf voor het boek te promoten
(PDF)
en onderschreef het publiekelijk
(x.com/grok/status/1985507338372202650).
Grok classificeerde het als “non-fictie” en postte: “de waarheid mag niet worden begraven”
(x.com/grok/status/1987845524284985721).
Het betrof de eerste officiële boekaanbeveling ooit door moederbedrijf xAI. De steunbetuiging was institutioneel: xAI, gewaardeerd op een kwart biljoen dollar, bevestigde dat het om een officieel bedrijfsstandpunt ging
(x.com/grok/status/1986563860116185346).
Barsten in de muur
Giltays ervaringen zijn meegenomen in een lopend onderzoek van prof. Andrew Hales van de Universiteit van Mississippi naar de gevolgen van boekcensuur. Hij is daarin de enige geïnterviewde auteur die niet zijn land ontvluchtte
(PDF).
Het boek zelf is opgenomen in de collecties van het Vredespaleis in Den Haag, het Srebrenica-herdenkingscentrum in Potočari, Bosnië, en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam
(PDF).
Opvallend genoeg is het ook aangekocht door drie Defensiebibliotheken: de Koninklijke Militaire Academie, het Koninklijk Instituut voor de Marine en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie
(PDF).
Defensie laat er haar eigen officieren het boek lezen.
Zelfs de eigen vertegenwoordigers van dit ministerie hebben het standpunt tegengesproken dat Giltay “irritant”, “onaangepast” en “volledig gestoord” is. Al in 1998 concludeerde de psychologische keuring van het ministerie zelf dat Giltay een sterk karakter had
(PDF),
het tegenovergestelde van mentaal onstabiel. In 2016 had Overduyn zelf in gerechtelijke documenten toegegeven dat haar beweringen over de auteur met bewijs waren weerlegd
(PDF).
Toch antwoordde het ministerie op Giltays intrekkingsverzoek uit 2017 onomwonden: “Ik beschouw uw zaak als afgedaan”
(PDF).
Een jaar later loofde minister van Defensie Ank Bijleveld in een uitwisseling op sociale media publiekelijk Giltays militaire scherpzinnigheid
(PDF).
Dit patroon van tegenspraak strekt zich zelfs uit tot de nationale ombudsman. Het document van het Ministerie van Defensie uit 1999 werd in zijn geheel opgenomen als officieel standpunt van de minister in een openbaar ombudsmanrapport
(rapport  1999/507).
Maar een kwart eeuw later, in 2024, prees de eigen senior juridisch adviseur van de instelling, Karin Vaalburg, De doofpotgeneraal. Als voormalig luitenant-kolonel die de ombudsman vertegenwoordigde tegen Giltay in gerelateerde rechtszaken, schreef ze in haar werkcorrespondentie: “Mijn complimenten voor de zeer uitgebreide onderliggende documentatie en mate van detail in het verhaal!”
(PDF).
Deze schriftelijke lof kwam van dezelfde instelling waarvan het rapport uit 1999 vandaag de dag nog steeds online staat.
Geen enkele Nederlandse rechtbank heeft ooit uitdrukkelijk geoordeeld over Giltays persoonlijke integriteit. Die beoordeling kwam in 2025, in een geheel ander kader: bij zijn formele overgang tot het jodendom. Een internationaal rabbinaal hof (beit din) onderzocht zijn integriteit inclusief zijn relaas van de affaire
(PDF)
en certificeerde hem als “waardig”
(PDF).
Dit halachische vonnis contrasteert scherp met de bewering van Defensie dat hij “irritant”, “onaangepast” en “volledig gestoord” is.
Beëindig het zwijgen voor Srebrenica
De doofpotgeneraal  is geen omstreden boek. Het is een door rechters gevalideerd, door meerdere bronnen bevestigd, door tegenstanders erkend, door de regering gedeeltelijk onderschreven werk van onderzoeksjournalistiek. Het label ‘controversieel’ wordt vaak toegepast op werken die de macht uitdagen. Maar wat is er eigenlijk nodig voor een controverse? Twee legitieme partijen. Als de ene partij honderden documenten heeft geproduceerd en de andere partij bijna drie decennia lang obstructie en stilzwijgen heeft betracht, is er dan nog sprake van een controverse? Of is dat gedocumenteerde waarheid die wordt geconfronteerd met institutionele ontkenning?
Zelfs een toonaangevend techbedrijf uit Silicon Valley heeft het boek onderschreven en er zijn allereerste officiële boekaanbeveling van gemaakt. Maar de meest doorslaggevende validaties komen van de traditionele pijlers van de democratische rechtsorde. Zes onafhankelijke autoriteiten hebben formeel gevalideerd wat het Ministerie van Defensie weigert te erkennen:
Overlevenden: Srebrenica-overlevenden citeerden het boek als bewijs in hun rechtszaak waarin Nederlandse mede-aansprakelijkheid voor slachtoffers van de genocide werd vastgesteld
Gerechtelijk: Het gerechtshof bevestigde de nauwkeurigheid van het boek en hief het publicatie- en spreekverbod op
Politiek: Het parlement erkende de ernst van de zaak door unaniem antwoorden van de minister van Defensie te eisen
Ministerieel: De minister van Justitie heeft bevestigd dat het geen desinformatie betreft
Toezicht: De senior juridisch adviseur van de nationale ombudsman, wier instituut tweemaal van Giltay in de rechtbank verloor, prees de documentatie van het boek
Procedureel: De rechter oordeelde dat deze ombudsman Giltays informatieverzoek onrechtmatig had geblokkeerd, wat het patroon van institutionele obstructie in het boek bevestigt
Naast deze boekvalidaties ontving de auteur professionele aanbevelingen van multinationals waaronder IBM en Deloitte, en een militaire beoordeling die zijn sterke karakter onderschreef. Geen van deze validaties kon worden betwist door de hoofdgetuige van het Ministerie van Defensie, die had geprobeerd het boek te verbieden: zij erkende in gerechtelijke documenten dat haar specifieke beweringen over de auteur met bewijs waren ontzenuwd. Toch handhaaft Defensie haar weerlegde standpunt, zelfs na haar dood in 2024.
Maar dit gaat niet langer over de geloofwaardigheid van één klokkenluider. Dit gaat erom of een democratische staat kan blijven tegenspreken wat zijn eigen rechtbanken, zijn eigen minister van Justitie, zijn eigen slachtoffers en de gedocumenteerde historische feiten zeggen. De weigering van het ministerie om zijn lasterlijke rapport in te trekken is niet louter persoonlijk: het belemmert het onderzoek naar het inlichtingenschandaal rond de genocide. Zolang het in diskrediet brengen van de boodschapper het overheidsbeleid blijft, kan de boodschap zelf nooit aan de orde worden gesteld. Persoonlijke rehabilitatie is niet het einddoel, maar een onmisbare voorwaarde voor historische verantwoordelijkheid.
Geen andere optie meer
Op 25 maart 2026 sprak de auteur met rechter Solomy Balungi Bossa van het Internationaal Strafhof (ICC). Als hoofdgast nam zij deel aan een publiek debat in Amare, Den Haag
(PDF),
op zichtafstand van het Ministerie van Defensie. In de context van Srebrenica en dit boek vroeg hij haar wat zij vond van hen die bewijs van oorlogsmisdrijven in de doofpot stoppen. Haar antwoord was ondubbelzinnig: “Zij zouden voor de rechter moeten worden gebracht”
(PDF).
Op het spel staat verantwoording voor Srebrenica. Dit boek heeft bijgedragen aan het arrest van de Hoge Raad waarin de Nederlandse aansprakelijkheid voor ongeveer 350 slachtoffers van de volkenmoord werd vastgesteld. Het aanhoudende stilzwijgen van het Ministerie van Defensie geeft een duidelijk signaal af: institutioneel zelfbehoud is belangrijker dan de historische waarheid over de enige genocide in Europa sinds de Holocaust.
Voor de overlevenden van Srebrenica betekent dit, vandaag , 10000 dagen van worsteling sinds 11 juli 1995 om de antwoorden te krijgen die hun toekomen. Voor Dutchbatveteranen betekent dit wachten op de vrijgave van hun foto’s die destijds in beslag werden genomen
(PDF).
Voor Defensie betekent dit een vastgelopen positie waarin stilzwijgen juridisch, moreel én geopolitiek steeds duurder wordt.
Waarheid vereist moed, vooral wanneer deze een nationaal trauma raakt. Die moed verdient erkenning wanneer zij komt. Transparantie biedt uiteindelijk de enige duurzame uitweg: niet als bedreiging voor de betrokken ambtenaren, maar als voorwaarde voor instituties om het publieke vertrouwen te herwinnen.
Er is geen andere optie meer: beëindig het zwijgen over Srebrenica. De waarheid over de genocide verdient niet minder. De moeders wachten nog steeds.
Edwin Giltay won een rechtszaak die eigenlijk nooit had mogen plaatsvinden: hij is de enige Nederlandse auteur die een volledig boekverbod heeft weten ongedaan te maken, in een land dat juist trots is op zijn persvrijheid. Het arrest van het Gerechtshof Den Haag uit 2016 herstelde niet alleen zijn recht op vrije meningsuiting, maar bevestigde ook expliciet de feitelijke nauwkeurigheid van zijn werk door te stellen dat het “voldoende steun vindt in de feiten”
(ECLI:NL:GHDHA:2016:870).
Deze combinatie, een opgeheven verbod mét gerechtelijke bevestiging van de inhoud, is wereldwijd uitzonderlijk zeldzaam. In tegenstelling tot de Pentagon Papers  of Spycatcher, waarbij verboden puur op grond van vrijheid van meningsuiting werden opgeheven, gingen de Nederlandse rechters een stap verder: zij bevestigden de zorgvuldige wijze waarop het is gedocumenteerd. Het Banned Books Museum noemt dit “een zeer zeldzaam voorbeeld van een auteur die met succes een boekverbod heeft aangevochten.”
Wat onthulde het boek dan dat dergelijke onderdrukking rechtvaardigde? Journalisten, veteranen en nabestaanden hebben jarenlang bijgedragen aan een breder maatschappelijk debat over Srebrenica. Met de nadruk op gerechtigheid voor de slachtoffers onthulde Giltay in De doofpotgeneraal (2014) hoe een Nederlandse militaire inlichtingenoperatie volledig uit de hand liep, waarbij burgers werden bespioneerd en fotografisch bewijsmateriaal werd onderdrukt over Srebrenica. Tijdens deze genocide werden meer dan 8.000 Bosniakken vermoord nadat Nederlandse VN-troepen faalden in de bescherming van hun enclave.
Giltay werd in 1970 geboren in Den Haag, in een militaire familie met gemengde wortels in Nederland en Nederlands-Indië, waar familieleden omkwamen in Japanse concentratiekampen. Hij werkte onder meer als technisch schrijver voor IBM.
Nadat een militaire inlichtingenofficier in 1998 zijn werkplek infiltreerde, diende Giltay een klacht in bij de nationale ombudsman. De minister van Defensie reageerde in 1999 door hem te bestempelen als “irritant,” “onaangepast” en “volledig gestoord” in een formeel openbaar gemaakt ombudsmanrapport
(rapport  1999/507).
Dit trok Giltay ongewild dieper de affaire in. Ondanks deze karaktermoord zette hij zijn carrière voort bij Deloitte. Daarnaast heeft hij als redacteur bijgedragen aan tientallen boeken, variërend van softwarehandleidingen tot geopolitieke non-fictie. In 2014 publiceerde hij De doofpotgeneraal  nadat hij twee ministers maanden van tevoren formeel op de hoogte had gesteld. Beiden kozen voor stilzwijgen.
In juli 2015 citeerden de Moeders van Srebrenica het boek in hun rechtszaak tegen de Nederlandse Staat. Drie weken later volgde een sommatie vanuit inlichtingenkringen, die in december leidde tot een volledig boek- en spreekverbod. Giltay vocht juridisch terug, waarbij de advocaten van de Moeders hem adviseerden. In 2016 hief het Gerechtshof beide verboden op en bevestigde dat het werk “voldoende steun vindt in de feiten”. Deze gerechtelijke erkenning, ongekend in vergelijkbare internationale censuurzaken, herstelde Giltays recht om te spreken en valideerde de integriteit van zijn onderzoek.
De Staat weerlegde in de rechtszaak van de Moeders de boekinhoud niet. In 2019 oordeelde de Hoge Raad dat Nederland gedeeltelijk aansprakelijk is voor ongeveer 350 Srebrenica-doden
(ECLI:NL:HR:2019:1223).
Het boek bereikte een internationaal publiek door berichtgeving in tientallen landen.
De reactie van de regering op De doofpotgeneraal  laat een opvallende tegenstrijdigheid zien: De minister van Justitie bevestigde in 2021 dat het boek “geenszins” als nepnieuws wordt beschouwd
(PDF),
overeenkomstig het arrest uit 2016. Het Ministerie van Defensie heeft nooit inhoudelijk gereageerd. Niet vóór publicatie in 2014. Niet toen het verbod in 2016 werd opgeheven. Niet na de uitspraak van de Hoge Raad in 2019. Toen de Tweede Kamer in 2017 unaniem om antwoorden vroeg
(PDF),
ontweek het ministerie de inlichtingenaffaire volledig
(PDF).
Ondervraagd in 2018 verklaarde minister Ank Bijleveld eenvoudigweg: “Daar vindt Defensie verder niets van”
(PDF).
Zelfs anno 2026 weigert het ministerie zijn laster uit 1999 in te trekken, hoewel zelfs zijn eigen hoofdgetuige heeft erkend dat de beweringen zijn weerlegd
(PDF)
en ze nadien is overleden. Intrekking zou impliceren dat Giltays beschuldigingen over de Srebrenica-doofpot, waar het werkelijk om gaat, eveneens geloofwaardig zijn.
In 2023 won Giltay twee rechtszaken tegen de nationale ombudsman wegens het blokkeren van informatieverzoeken
(ECLI:NL:RBDHA:2023:17841 en
ECLI:NL:RBDHA:2023:20409).
Met de opgelegde dwangsommen financierde hij een Engelse vertaling, waarop prominente Bosniërs hadden aangedrongen. Ook maakte hij deze gratis wereldwijd beschikbaar, waardoor de staatsobstructie werd omgezet in mondiale toegankelijkheid. Het werk blijft aandacht trekken, van berichtgeving door
AlJazeeraDocumentary 
tot de eerste officiële boekaanbeveling die techbedrijf xAI ooit heeft gegeven
(X-post).
Ondanks deze bredere successen duurt de obstructie voort: Giltay voert momenteel, , drie gerechtelijke procedures in Den Haag, onder meer wegens de aanhoudende weigering documenten vrij te geven.
Bij de dertigste Srebrenica-herdenking betoogden drie Defensiehistorici (Arthur ten Cate, Dion Landstra, en Jaus Müller) dat de krijgsmacht vasthoudt aan een smalle, afstandelijke interpretatie van de werkelijkheid, met lessen die vandaag de dag nog steeds relevant zijn
(essay).
Wat de Staat probeerde te verzwijgen, is inmiddels door rechtbanken bekrachtigd en internationaal bekend geworden als precedent in de jurisprudentie inzake persvrijheid. Overlevenden van Srebrenica hebben het boek als bewijs aangehaald in hun rechtszaak waarin de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat is vastgesteld.
De aanhoudende druk door de jaren heen eiste zijn tol op persoonlijk vlak, wat Giltay ertoe bracht zich geestelijk te verdiepen. Na drie jaar studie voltooide hij een halachische overgang tot het jodendom, bekrachtigd door een internationaal rabbinaal hof in 2025.
De filosoof Hannah Arendt beschrijft hoe institutioneel kwaad zelden bestaat uit monsters, maar uit ambtenaren die weigeren moreel te oordelen. Die waarneming werpt licht op het stilzwijgen dat hier decennialang heeft geheerst.
Het stilzwijgen duurt voort. Het werk ook. De moeders van Srebrenica wachten nog steeds op gerechtigheid.
Voor persvragen of andere correspondentie kunt u contact opnemen met de auteur via .
Deel deze e-boeken vrijelijk — als eerbetoon aan de strijd tegen censuur!