Spraakmakend boek onthult

 

militair inlichtingenschandaal
Na eerder verbod, nu overal verkrijgbaar:

 

Spraakmakend boek onthult militair inlichtingenschandaal

 
Een generaal met drie sterren op de mouw die een privéspion laat neuzen binnen een particulier bedrijf. En niet de eerste de beste: zijn eigen vrouw. Een stammen­strijd binnen de Militaire Inlichtingen­dienst, waar arge­loze bur­gers de dupe van worden. Dat ver­wacht je in Pyong­yang, niet in de polder. Toch is dit wat auteur Edwin Giltay meemaakte – hij schreef er De doofpot­ge­ne­raal  over.

In dit boek doet hij verslag van het nogal door­zichtige optreden van geheim agenten bij de internet­provider waar hij werkte. Aanvan­kelijk trachtte een agente Giltay er te rekruteren als militair analist. Maar gelijk­tijdig wer­den háár gangen nagegaan. De inzet van deze kracht­meting binnen Defensie: het beruchte foto­rolletje van Srebrenica – mét daarop foto’s van oorlogsmisdrijven. De recruiter die Giltay had benaderd, wilde publiek maken dat de foto’s allerminst waren mislukt. En laat dát nu de positie van een zekere drie­sterrengeneraal hebben ondermijnd.

De doofpotgeneraal  is de weerslag van dit spionageschandaal en dient als getuigenis hoe deze geheime cover-upoperatie volledig uit de hand liep. Bij hun miljardenrechtszaak tegen de Nederlandse Staat gebruiken de Moeders van Srebrenica de publicatie als een van hun vele ondersteunende bewijsstukken. Het is ingebracht om het standpunt te ondersteunen dat onze krijgsmacht medeverantwoordelijkheid draagt voor de genocide van hun echtgenoten en zonen.

Twee hoge oud-militairen reageerden furieus op De doofpotgeneraal  en wegens bezwaren uit de militaire inlich­tin­genhoek werd het door de rechter verboden. Het Gerechtshof Den Haag – dat zich boog over de bewijzen – oordeelde echter dat er geen twijfel bestaat over de zorgvuldigheid van het boek en herriep het verbod. Bovendien onder­schreef het hof het belang van de publicatie voor het maat­schap­pelijk debat over Srebrenica.

 

De doofpotgeneraal, 2e herziene druk
Edwin Giltay | Nawoord Hans Laroes
Uitgeverij De Blauwe Tijger | 263 blz.
€ 19,50 inclusief bezorging in Nederland

 

Tijdlijn

2014

Publicatie

2015

Gecensureerd

2016

Verbod opgeheven

2016

Nieuwe uitgave

 

  

 

 

Spreekverbod opgeheven

Edwin Giltay promoot – na zijn overwinning voor de persvrijheid – zijn boek op het podium bij Barts Boekenclub te Amsterdam.

 
Tijdlijn

2014

Publicatie

2015

Gecensureerd

2016

Verbod opgeheven

2016

Nieuwe uitgave

DEBUG

 

Spreekverbod opgeheven

Edwin Giltay promoot – na zijn overwinning voor de persvrijheid – zijn boek op het podium bij Barts Boekenclub te Amsterdam.

 

 

 
In het nieuws

 

Er verschenen wereldwijd al meer dan 300 artikelen over De doofpotgeneraal.

Enkele publicaties en tv-uitzendingen:

Er verschenen wereldwijd al meer dan 300 artikelen over De doofpotgeneraal. Enkele publicaties en tv-uitzendingen:

 

 

 

Betonnen muur van onbegrip

Wie als klokkenluider misstanden aan de kaak stelt, hoeft doorgaans niet te rekenen op al te veel steun. En wanneer je een falende overheid ter verantwoording roept, kun je slechts terecht bij de nationale ombudsman. Die loopt niet over van begrip.

— Eindredactioneel artikel van Stichting GeenDoofpot

Oorspronkelijk gepubliceerd op 29 augustus 2019

‘Ik zal uw vragen niet beantwoorden,’ schrijft Reinier van Zutphen op de langste dag van het jaar. GeenDoofpot had slechts een handvol vraagtekens opgeworpen ‐ alle even legitiem, alleen: de ombudsman heeft er geen zin in. Een opmerkelijke houding. Van goede manieren getuigt het hoe dan ook allerminst; etiquette-koningin Amy Groskamp-ten Have had de beste man ongetwijfeld een verbale draai om de oren gegeven.

Gaat de overheid in de fout, dan zijn er voor de eenvoudige burger weinig kanalen om zaken recht te laten zetten. In Groot-Brittannië wend je je in dat soort gevallen al gauw tot ‘jouw’ parlementariër, die de belangen behartigt van de inwoners van zijn of haar kiesdistrict. Niet dat dat altijd wat uithaalt, integendeel, maar je hebt in elk geval het gevoel persoonlijk vertegenwoordigd te worden.

Hier in Nederland is het minder gebruikelijk rechtstreeks naar een Kamerlid te stappen. En, laten we wel zijn, die heeft zich ook maar te voegen naar het partijbelang. Staat het onderwerp in kwestie niet hoog op de partijpolitieke agenda (of is de kwestie niet mediageniek genoeg), dan wordt er in het beste geval slechts beleefd geluisterd.

Een gang naar de rechter is alweer een stap verder, voor menigeen een stap te ver. Al was het alleen al vanwege de kosten. Bovendien hebben rechtszaken aangespannen tegen de overheid de neiging zich ellenlang voort te slepen. Blijft over: de nationale ombudsman. Een bastion van rechtvaardigheidszin en een koene strijder tegen onrecht begaan door de overheid jegens diens burgers. Op papier.

Stel: je wordt in een ministeriële missive voor gek verklaard door een overheidsdienaar. De ombudsman doet enkel summier onderzoek en zegt geen onregelmatigheden te hebben aangetroffen. Het onderzoeksresultaat wordt integraal gepubliceerd op internet. Uiteindelijk blijkt in een juridische procedure onomstotelijk dat de betreffende ambtenaar zich faliekant heeft vergaloppeerd. Er komt zelfs een uitspraak van het Gerechtshof. De overheid zat fout.

Pijnlijk. Zowel voor de overheid als de nationale ombudsman. Niettemin: een episode om lessen uit te trekken, zaken recht te zetten en het in de toekomst beter te doen. Op naar het licht! Er gebeurt echter niets. Het rapport van de ombudsman blijft ongewijzigd op het web staan. Ook komt geen van de betrokken partijen op het idee om met excuses over de brug te komen.

Hoe verzin je het, denkt u. Wie zoiets uit z’n duim zuigt, heeft een overactieve fantasie. Wij leven immers in een beschaafd land, met beschaafde ministers en beschaafde ambtenaren. En een beschaafd bastion van rechtvaardigheidszin. Lever dit scenario in bij een filmproducent en u wordt schaterlachend de deur gewezen. Dit is werkelijk te vergezocht. Ongeloofwaardig.

Maar dit is wel degelijk de ruwe werkelijkheid. Klokkenluider Edwin Giltay ondervond het aan den lijve. Jaren terug was hij getuige van een spionageschandaal op de werkvloer van een internetprovider. De militaire inlichtingendienst was ten prooi gevallen aan een interne machtsstrijd, die ten overstaan van de buitenwereld aan de oppervlakte kwam bij voornoemd bedrijf. Giltay wilde er het fijne van weten en ging op onderzoek uit. Het kostte hem, naar mag worden aangenomen, uiteindelijk zijn betrekking.

Diverse pogingen om helderheid te krijgen van het Ministerie van Defensie blijken vruchteloos. Opeenvolgende bewindslieden doen alsof hun neus bloedt, ofwel laten de kwestie over aan niet bijster geïnformeerde secondanten. Ook de inspecteur-generaal der krijgsmacht, die zaken als deze zou moeten onderzoeken, geeft blijk van een niet al te serieuze opvatting van zijn taak. Bureaus hebben lades en dit gebeuren past het beste in een la.

Eind 2014 verschijnt De doofpotgeneraal, Giltays relaas over de spionageaffaire. Het manuscript was voor publicatie ter inzage gegeven aan de toenmalige minister. Die het niet nodig achtte te reageren. De defensiemedewerker die hem als krankjorum betitelde, reageert wél. Zij het een jaar na publicatie, met een ‘kort’ geding. Resultaat: het bijkans reeds uitverkochte boek wordt door de rechter verboden. Niet bepaald een hoogtepunt voor de vaderlandse persvrijheid.

De auteur gaat in hoger beroep en het Gerechtshof Den Haag oordeelt in de lente van 2016 dat het boek weer mag verschijnen: ‘Er bestaat geen twijfel over de zorgvuldigheid waarmee Edwin Giltay het heeft geschreven.’ Fijn, dank u. Wil de ombudsman dan even dat op onjuiste gronden gebaseerde rapport uit roulatie nemen? En kan de minister wellicht excuses maken voor de ontstane heibel? Laten we wel zijn: het was een defensiemedewerker die over de schreef ging.

De ombudsman: wij zijn niet verantwoordelijk en bovendien hebben wij nu wel genoeg correspondentie van u ontvangen, de groeten. Giltay: ehm, u laat onwaarheden officieel uwerzijds rondslingeren op internet, zou u daar niet wat aan doen? Reinier van Zutphen reageert niet meer op diens vragen. Aan post zijnerzijds zal geen briefpapier meer worden verkwist, zo blijkt uit de laatste repliek van ombudszijde.

Defensie verschuilt zich evenzeer: wij hebben ons nooit in deze zin uitgelaten over Giltays geestelijke gesteldheid. Die uitspraak is voor rekening van een individuele ambtenaar. Die hier al lang niet meer werkt. Prettige dag nog. Dat de ministeriële missive een officieel document betreft van de Militaire Inlichtingendienst, geaccordeerd door ‐ jawel ‐ de minister van Defensie, doet even niet ter zake. En dat arrest van het Gerechtshof? Daar vindt Defensie verder niets van, bij monde van Ank Bijleveld.

Daar sta je dan, met je goeie gedrag. Je boek is ondertussen door menig dag- en weekblad in binnen- en buitenland positief ontvangen. Je kunt bogen op aanbevelingen van journalisten, wetenschappers, Kamerleden en zelfs een oud-minister. Interviews her en der. Het moet de hogere echelons nu toch duidelijk zijn dat in hun geledingen fouten zijn gemaakt die het verdienen (zo groot zijn de fouten wel) rechtgezet te worden.

Want leven wij niet in een beschaafd land, met beschaafde ministers en beschaafde ambtenaren? En een beschaafd bastion van rechtvaardigheidszin? We hebben nog de Tweede Kamer … Die ‐ hulde! ‐ de minister daadwerkelijk om opheldering vraagt. Antwoord: de zaak is onderzocht, niks aan de hand. Gaat allen rustig slapen. Daar neemt het parlement genoegen mee, niet beseffende dat het met een spreekwoordelijk kluitje in het spreekwoordelijke riet wordt gestuurd.

Alle wegen bewandeld, alle mogelijkheden benut. Voor de ombudsman ben je inmiddels een onwelkome figuur en Defensie ziet je eveneens liever gaan dan komen. Ben je dan uitgepraat? Nou, nee. GeenDoofpot gaat namelijk verder met het stellen van vragen. En Giltay zelf ook, trouwens. De betonnen muur van onbegrip gaat óóit tegen de vlakte.

Dus, Reinier en Ank: mochten jullie voordien nog met échte antwoorden over de brug willen komen ‐ we houden ons aanbevolen.

 

 

 

 

Defensie flatert voort

Er zijn weinig ministeries waar zoveel misstanden worden geconstateerd als Defensie. Het departement ligt nagenoeg permanent onder vuur. Daarbij schiet de afhandeling van diverse affaires voortdurend tekort.

— Tekst Jeroen Stam

Oorspronkelijk gepubliceerd op 25 August 2018 in Novini

Ondermaatse voedselveiligheid in legerkantines, een op z’n minst discutabele commando-overdracht op Vliegbasis Eindhoven, een verongelukte duiker in Curaçao, corrupte wagenparkbeheerders, dodelijke slachtoffers in Mali wegens ondeugdelijk materieel, een misbruikzaak in de Oranjekazerne en een fataal ongeval op de schietbaan te Ossendrecht.

Het is slechts een bescheiden opsomming van defensieschandalen van de afgelopen paar jaar. Minister Jeanine Hennis en commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp restte begin oktober weinig anders dan het veld te ruimen. Hennis ging even later echter aan de slag bij datzelfde Defensie. Als overste levert ze inmiddels een ‘speciale bijdrage aan gereedsstellingsoefeningen’. Middendorp is ondertussen adjudant van de koning, als dank voor ‘bewezen diensten’ aan de Nederlandse krijgsmacht.

Fouten maakt iedereen ‐ ze vervolgens vakkundig weer herstellen, is de kunst. En daar loopt het bij Defensie een- en andermaal mis. Een gemiddelde werknemer die verantwoordelijk is voor zoveel blunders en de falende afhandeling daarvan, zal na te zijn opgestapt in de regel niet in aanmerking komen voor een eervolle functie bij een aanverwante werkgever. Laat staan dat hij of zij door hetzelfde bedrijf in dienst wordt genomen.

Het is allerminst van de laatste tijd ‐ laat staan incidenteel ‐ dat nalatigheid bij de afwikkeling van ongelukken en schandalen gebrekkig wordt aangepakt. De gevaren van het kankerverwekkende chroom-6 waren volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu al in 1973 bij het departement bekend. Overlevenden en nabestaanden van de vliegtuigcrash in de Ierse Zee in 1981, verklaarden in november vorig jaar dat het ministerie de zaak nog steeds niet naar behoren had behandeld. Srebrenicaveteranen voelen zich jaren later nog altijd in de steek gelaten door hun voormalige werkgever.

Sprookje

Het Srebrenica-drama is zonder twijfel een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van onze krijgsmacht. De door Dutchbat te beschermen moslimenclave in voormalig Joegoslavië werd op 11 juli 1995 onder de voet gelopen door de Servische troepen van generaal Mladić. Vervolgens voltrok zich de ernstigste oorlogsmisdaad op Europees grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog. Het dodental van de genocide bedroeg rond de 8.000. Een rammelend mandaat, gebrekkige voorbereiding, ontoereikende bewapening ‐ het zijn slechts enkele oorzaken van het mislukken van de missie. Nederland hield er een nationaal trauma aan over.

Veteraan Remko de Bruijne was erbij als soldaat eerste klasse: ‘We wisten al weken van tevoren dat de enclave zou vallen. We meldden elke dag de troepenverplaatsingen van bussen, tanks en andere voertuigen vanuit Servië richting Srebrenica. De Servische regering zei dat het een oefening betrof, meer niet. Ik was 20, vers van de luchtmobiele opleiding, maar dat sprookje geloofde ik niet. Oefenen tijdens een oorlog ‐ oorlog is toch geen oefening? De troepenbewegingen werden doorgegeven aan onze operations room in Potočari, die gaf het weer door aan de hogere echelons in Zagreb. Helaas is er niets mee gedaan en het resultaat kennen we allemaal.’

Afgezien van de oorlogshandelingen, waren de werkomstandigheden op de basis van Dutchbat verre van ideaal. “Nabij onze compound lagen bergen wit asbest, open en bloot”, vertelt De Bruijne. “Na een regenbui was alles over het terrein gespoeld. We hebben het in opdracht onbeschermd opgeruimd ‐ daar zijn foto’s van. Ook stond er een open nucleair vat dat gevaarlijke straling bevatte. In een rapport werd gezegd dat men het personeel en het thuisfront niet ongerust wilde maken ‘vanwege dit gegeven’.”

Sceptisch

Jaar in jaar uit verschijnen aanhoudend berichten over de omstreden wijze waarop Defensie met de nasleep van de tragedie omgaat. De Bruijne: “In 2014 bezochten Hennis, premier Rutte en generaal Middendorp een bijeenkomt in Amersfoort, speciaal voor Dutchbat III. Ze hebben daar allerlei beloften gedaan, onder meer over eerherstel en hulp bij psychische problemen. Dat is allemaal op niets uitgelopen. Met mij zijn vele Dutchbatveteranen zeer sceptisch over wat Defensie en de politiek toezeggen. Zelf heb ik al 14 jaar een procedure lopen tegen Defensie. Ze hebben de zaak getraineerd, zijn afspraken niet nagekomen en hebben zich bediend van procedurele trucjes.”

Defensie laat in een reactie weten: “De militairen van Dutchbat hebben een heel moeilijke periode doorgemaakt en helaas hebben sommigen hierdoor schade ondervonden. Defensie biedt hen zorg en ondersteuning; er zijn voorzieningen waarvan zij gebruik kunnen maken. Ook hebben deze veteranen een beroep kunnen doen op de ereschuldregeling om schade op Defensie te verhalen. Veteranen die nog restschade ondervinden, kunnen rechtstreeks contact met ons opnemen. De aanvragen worden zo voortvarend mogelijk en op individuele basis behandeld.”

De Bruijne is niet onder de indruk: “Je kunt natuurlijk ondersteuning aanvragen; alleen wordt in de praktijk alles afgewezen. Je moet meerdere keuringen ondergaan door artsen van Defensie en er is hen weinig aan gelegen om je financieel tegemoet te komen.” Het is de oud-militair verder opgevallen dat het departement het nodige kwijt is over de val van de enclave: “De werkorder Srebrenica: verdwenen. Documentatie over graven op de compound: zoek. Het beruchte fotorolletje: vernietigd.” Dat laatste spreekt minister Bijleveld tegen: “Defensie heeft geen beeldmateriaal achtergehouden. Al het beeldmateriaal waarover Defensie beschikte, is ter beschikking gesteld aan het Joegoslaviëtribunaal en aan het NIOD dat in 2002 het rapport Srebrenica, een ‘veilig’ gebied heeft gepubliceerd.”

Diskrediet

Dat laatste is volgens auteur Edwin Giltay weinig overtuigend: “De bronnen die ik in mijn boek De doofpotgeneraal opvoer, hebben aannemelijk kunnen maken dat fotomateriaal van Dutchbat wel degelijk is achtergehouden.” Zijn non-fictie thriller werd in 2015 door de rechtbank verboden op verzoek van een voormalig defensiemedewerker; volgens haar waren de feiten verzonnen.

Ank Bijleveld verklaart desgevraagd: “In het boek lopen feiten en fictie inderdaad door elkaar heen.” In hoger beroep veegde het Gerechtshof Den Haag de bezwaren echter van tafel en stelde dat er geen twijfel bestaat over de zorgvuldigheid van het inmiddels weer verkrijgbare boek. “Daar vindt Defensie verder niets van,” zegt Bijleveld.

Giltay werd indertijd in een door het ministerie officieel naar buiten gebracht rapport aangemerkt als “volledig gestoord”. De bewindsvrouw ontkent anno 2018 achter dit rapport te staan: “Defensie heeft zich nooit in deze zin over de heer Giltay uitgelaten.” Het document is desondanks nimmer herroepen en blijkt nog steeds openbaar.

Kwalijker dan dat het ministerie hem in diskrediet brengt, vindt de schrijver dat de waarheid over Srebrenica nog steeds in de doofpot zit: “Het toegeven van fouten is bij Defensie nooit echt ontwikkeld. In tegenstelling tot sommige fotorolletjes.” De Bruijne vult aan: “Liever houden ze alles onder de pet, want anders komen de schadeclaims. Gerechtigheid en waarheid zijn niet relevant voor ze.”

 

 

 

 

 

Holland verduisterde foto‘s van dode Bosniakken in Srebrenica

Nederland is als land medeverantwoordelijk voor de genocide in Srebrenica in 1995, en het feit dat het Nederlandse bataljon gestationeerd in de door de VN beschermde enclave, niets heeft gedaan om de slachting te voorkomen, is een trauma dat de Nederlandse samenleving zelfs twee decennia na de tragische gebeurtenissen nog onder ogen moet zien.

 

Tekst Jasmin AgiĆ

Oorspronkelijk gepubliceerd in het Servo-Kroatisch

21 juli 2018, Al Jazeera Balkans

 

De passiviteit van Nederlandse soldaten maakte deel uit van de Nederlandse militaire strategie, die volgens Edwin Giltay, schrijver van De doofpotgeneraal, ‘de Bosnische bevolking van Srebrenica’ uitleverde aan ‘soldaten van het Bosnisch-Servische leger’. Tijdens deze dramatische momenten maakte de Nederlandse officier Johannes Rutten foto‘s van negen Bosnische lijken, die het begin van de genocide bewijzen, aangezien de opnames werden gemaakt op 13 juli, dat wil zeggen slechts twee dagen na de val van Srebrenica.

In uw boek schrijft u dat Nederlandse soldaten tijdens de val van Srebrenica ‘compromitterende’ foto‘s hebben gemaakt. Werden deze foto‘s genomen in opdracht van de legerleiding of op eigen initiatief? Zijn er scènes in de foto‘s die getuigen van het feit dat de soldaten van het Republika Srpska-leger (Servische strijdkrachten) genocide hebben gepleegd?

Hoewel Dutchbatsoldaten Srebrenica niet beschermden, namen ze hun rol als waarnemers van de Verenigde Naties wel degelijk serieus. Velen namen foto‘s die later werden gebruikt als bewijs van wandaden, zoals bevestigd door het Joegoslaviëtribunaal (ICTY) in Den Haag. Ljiljana Piteša van het bureau van de Aanklager mailde me op 3 oktober 2017: ‘Ik wil graag benadrukken dat de medewerking van de Dutchbatsoldaten, inclusief het afleggen van getuigenissen in onze zaken, essentieel was voor onze succesvolle vervolgingen van de genocide in Srebrenica.’
Er is echter slechts een beperkt aantal foto‘s bij het ICTY terechtgekomen. De Nederlandse advocaten Klaas Arjen Krikke en Michael Ruperti – die meer dan 200 Dutchbatveteranen vertegenwoordigden in een geplande rechtszaak tegen hun voormalige werkgever – klaagden op 28 november 2016 in een artikel van het Nederlandse persbureau ANP dat veel foto‘s van hun cliënten door hun superieuren zijn vernietigd. Andere foto‘s zijn bij terugkeer uit Bosnië door de Militaire Inlichtingendienst van hen afgenomen. Advocaat Krikke voegde daar onheilspellend aan toe: ‘Dutchbatsoldaten werden onder druk gezet om dit niet openbaar te maken.’
Nota bene, of Dutchbatsoldaten opdracht hebben gekregen om foto‘s te maken in Srebrenica, weet ik niet zeker. Mijn boek is een persoonlijk ooggetuigenverslag van een intern spionageschandaal in Nederland, gerelateerd aan de doofpot aangaande de compromitterende foto‘s die werden genomen. Hoewel de pers De doofpotgeneraal steeds weer beschrijft als een ‘Srebrenica-boek’, geeft het geen informatie uit eerste hand over de gebeurtenissen die in 1995 plaatsvonden.

U schrijft dat foto‘s zijn genomen door luitenant Johannes Rutten samen met twee andere Nederlandse soldaten. Wanneer zijn deze foto‘s genomen en onder welke omstandigheden? Verder beweert de Nederlandse inlichtingendienst dat zijn fotorolletje is vernietigd, maar u denkt er anders over. Is er een kans dat deze rolletjes vandaag de dag in de archieven van de inlichtingendiensten liggen? In uw boek noemt u ook een radioprogramma waarin een ongenoemde officier van de Nederlandse krijgsmacht verklaarde dat Nederlandse soldaten het Servische leger hielpen bij het ‘instappen’ van Bosnische mannen in bussen die hen naar massamoordlocaties brachten ...

Dutchbat-luitenant Johannes Rutten fotografeerde de dramatische gebeurtenissen in Srebrenica. Volgens zijn getuigenis voor het Haagse tribunaal observeerde hij wat hij beschouwde als ‘een Dutchbat-luitenant en enkele Dutchbatsoldaten die hielpen bij de deportatie van de bevolking, door de moslimvluchtelingen te helpen het gebied te verlaten’.
Op andere foto‘s van luitenant Rutten zouden negen lichamen van Bosniakken te zien zijn die vlak voor zijn aankomst ter plaatse waren vermoord. Er stroomde nog bloed uit de lijken. Nog steeds in het gebied, werden Rutten en zijn collega‘s beschoten door de Servische strijdkrachten. Ze riskeerden dus hun leven om deze foto‘s te maken. Dit alles gebeurde op 13 juli 1995 in Srebrenica, twee dagen na de val van de enclave.
Wat voor de Nederlandse autoriteiten verontrustend is, is dat de foto‘s van deze negen lichamen de op handen zijnde genocide door de Serviërs aantoonden, waarop de Nederlandse militairen hadden moeten ingrijpen. Hoewel het later werd ontkend, was de Nederlandse legerleiding zich op dat moment terdege bewust dat de wreedheden plaatsvonden, omdat kolonel Rutten aan zijn superieuren had gerapporteerd wat hij had gezien.
‘Toen de kolonel [Dutchbatveteraan Johannes Rutten] uiteindelijk terugkeerde naar Nederland, gaf hij het fotorolletje aan de inlichtingendienst van het Nederlandse leger om te ontwikkelen. Later kreeg hij te horen dat er tijdens het ontwikkelproces een fout was gemaakt en dat de foto‘s verkeerd waren ontwikkeld’, aldus zijn getuigenis aan het ICTY. Peter Rutten (geen relatie), die een officieel militair politieonderzoek leidde naar de foto‘s van Johannes Rutten, is er echter van overtuigd dat er sprake is van een samenzwering. Volgens Peter Rutten ligt het rolletje ergens in een archief opgeslagen.

U zegt dat het Ministerie van Defensie, de Nederlandse inlichtingendienst en het militaire inlichtingenwezen veel moeite hebben gedaan om de publicatie van deze foto‘s te voorkomen. Waarom hebben ze zulke complexe doofpotoperaties uitgevoerd?

De verdoezelde foto‘s zijn niet alleen uiterst schadelijke PR voor ons land. Ze zouden ook de huidige rechtszaak van de Moeders van Srebrenica tegen de Staat der Nederlanden ondersteunen, mochten ze opduiken. Ik herinner me dat ik hun advocaat Marco Gerritsen heb horen klagen tijdens zijn pleidooi op 6 oktober 2016 bij het Gerechtshof in Den Haag, over hoe zijn zaak wordt geschaad omdat essentiële informatie wordt achtergehouden door de Nederlandse Staat. Ergo, genoeg reden voor het Nederlandse militaire inlichtingenwezen om doofpotoperaties te initiëren en met verstroingsmaatregelen deze foto‘s te onderdrukken.

U noemt ook dat tijdens een vergadering van de geheime dienst is besloten dat alles in het werk moet worden gesteld om ervoor te zorgen dat het fotorolletje niet wordt gepubliceerd, met als excuus dat de soldaten op deze manier moeten worden beschermd. Waarom werd zo‘n beslissing genomen?

Een medewerker van de Militaire Inlichtingendienst, die mij in 1998 probeerde te rekruteren als analist, informeerde mij over een inlichtingenvergadering die zij bijwoonde over het beruchte filmrolletje van Luitenant Rutten. Volgens haar werd aangevoerd dat deze foto‘s nooit openbaar zouden mogen worden gemaakt om Dutchbatveteranen te beschermen. Eenmaal gepubliceerd in populaire tijdschriften konden veteranen worden herkend door vrienden die dan moeilijke vragen zouden kunnen stellen over hun rol in Srebrenica. Dit zou vervelend zijn voor de veteranen ...
De waarheid die wordt onderdrukt, in een democratie: het is inderdaad hoogst schokkend. Fotografische bewijzen van het begin van de genocide werden door de Nederlandse regering achtergehouden opdat ‘onze jongens’ met hun maatjes bier konden drinken in hun plaatselijke cafés zonder dat hen wordt gevraagd over hun falen in Srebrenica.
Terwijl de eerdergenoemde militaire inlichtingenmedewerker er niet in slaagde mij te rekruteren, ontdekte ik dat ze zelf in het geheim werd gevolgd door een andere Nederlandse spion. Deze situatie liep volledig uit de hand. Aan de basis van dit getouwtrek binnen de Militaire Inlichtingendienst lagen de beruchte foto‘s. Eén van de facties wilde de beelden openbaar maken, de andere wilde deze informatie in de doofpot houden.

Uw boek werd in Nederland verboden, maar een jaar later oordeelde een hogere rechtbank in het voordeel van de publicatie ervan. Wie heeft de publicatie überhaupt verhinderd en om welke reden?

Ik beschrijf het geheimedienstschandaal in De doofpotgeneraal, gepubliceerd in 2014. De rekruteerder beschuldigde me een jaar na publicatie van laster en begon een rechtszaak tegen mij met de steun van haar voormalige inlichtingenbaas. Verrassend genoeg won ze. Mijn boek werd verboden, wat een unieke tegenslag was voor de vrijheid van meningsuiting in Nederland. Het Gerechtshof in Den Haag heeft het vonnis echter resoluut vernietigd. Gelukkig hebben de rechters – na bestudering van alle bewijzen – erkend dat mijn boek op feiten is gebaseerd en geoordeeld ‘dat de nauwkeurigheid ervan niet in het geding is’.
Vandaar dat De doofpotgeneraal in 2016 opnieuw werd gelanceerd. Ik voegde acht hoofdstukken toe, waarin ik mijn overwinning voor de persvrijheid beschrijf.
Een gevolg van de juridische strijd is echter dat ik de naam van de indiscrete recruiter-spion niet meer mag onthullen. Haar naam moet geheim worden gehouden.
De doofpotgeneraal ontving geweldige recensies en meer dan 40 aanbevelingen van parlementsleden, onderzoeksjournalisten, militaire historici, enz. Zelfs de minister van Defensie moest met een antwoord komen, nadat een parlementaire commissie haar had bevolen het officiële standpunt van het Ministerie van Defensie te verduidelijken.
De minister antwoordde dat mijn boek wordt ‘gekenmerkt door de goed leesbare stijl waarin het geschreven is’, maar beweerde dat het onwaarheden bevat.
De minister erkent dus de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag niet en houdt vast aan het eerdere vonnis, dat is vernietigd. Dit is hoogst bedenkelijk. Helaas is het ministerie niet bereid dit schandaal, dat de strijdkrachten in verlegenheid brengt, recht te zetten.
Srebrenica is de grootste mislukking van onze strijdkrachten, hoewel er in het recente verleden talloze militaire schandalen op ontoereikende wijze zijn behandeld. Het lijkt een gangbare praktijk om schandalen op een zeer onprofessionele manier aan te pakken.

U schrijft ook dat de Nederlandse soldaten zich ten tijde van de val van Srebrenica onverantwoordelijk hebben gedragen, zich niet hebben verzet, noch iets anders hebben gedaan om de moorden te voorkomen. Hoe verklaart u hun gedrag en hun gebrek aan empathie? Hebben de Nederlandse soldaten in Srebrenica een bevel van de Nederlandse legerleiding gekregen om niets te doen en dienden Nederland en het Nederlandse leger uit het conflict te blijven?

Ik kan er geen woorden voor vinden om het gedrag van Dutchbat in Srebrenica te beschrijven: het waren Dutchbatsoldaten die de Bosniakken in Srebrenica hebben ontwapend en hebben beloofd hen te beschermen. Maar toen de Serviërs de enclave overvielen, hebben mijn landgenoten hen zonder nadenken overgeleverd aan de genade van hun aartsvijanden. De Nederlanders vuurden geen enkel schot af. De verdedigingslinies, gegraven door de Bosniërs, werden zomaar aan de Servische troepen overgedragen. De anti-tankwapens in het Nederlandse arsenaal werden niet gebruikt.
Daarnaast moet worden opgemerkt dat de Fransen op 10 juni 1995, de dag voor de val van de enclave, hebben aangeboden Dutchbat te ondersteunen met secties van de Rapid Reaction Force, alsmede met Tiger-aanvalshelikopters en hun bemanningen. Elk van deze helikopters had de Servische tanks binnen enkele minuten kunnen uitschakelen. De Nederlandse staat weigerde echter dit aanbod te accepteren.
Niet meedoen en niets doen was feitelijk het beleid van Dutchbat. Al tijdens de training voor hun missie werden de militairen geïnstrueerd dat er geen good guys en geen bad guys waren. Ze moesten gewoon hun tijd uitzitten. Luchtsteun werd beloofd, voor het geval er iets zou gebeuren.

Is Srebrenica het grootste Nederlandse collectieve trauma van de moderne tijd?

De volkerenmoord in Srebrenica is inderdaad het pijnlijkste collectieve trauma van ons land. Vooral voor Nederland is het moeilijk om de schaamte van deze dramatische episode te verwerken, omdat er al zoveel leugens zijn verteld door de autoriteiten. Transparantie is naar mijn mening van vitaal belang, maar de Nederlandse Militaire Inlichtingendienst lijkt daar anders over te denken.
Nog een opmerking: het is beangstigend dat het in ons zogenaamd beschaafde land in feite legaal is voor onze geheime diensten om Nederlandse burgers te intimideren en desinformatie te verspreiden, dit alles in het belang van de Staat.


Noot: Deze vertaling uit het Servo-Kroatisch is niet verricht door een professionele vertaler, maar heeft Edwin Giltay zelf samengesteld met behulp van vertaalwebsite DeepL uit zijn Engels­talige schriftelijke antwoorden op vragen van Al Jazeera.

 

 

 

 

‘De krijgsmacht heeft een handje van intimidatiepraktijken’

Hij kwam terecht in een web van intriges en rivaliteit binnen de Militaire Inlichtingendienst. Zijn ervaringen zette hij op papier in De doofpot­generaal. Het boek werd verboden, maar het gerechtshof stelde auteur Edwin Giltay in het gelijk. De herziene druk van zijn non-fictiethriller is onlangs ver­sche­nen bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

 

Tekst Jeroen Stam

Oorspronkelijke gepubliceerd op 17 januari 2017 in Novini.nl

 

‘In 1998 – ik was midden twintig – solliciteerde ik bij de marine, waar ik een goede indruk maakte. Vervolgens werd een poging gedaan mij te rekruteren door de toenmalige MID, de Militaire Inlichtingendienst. Een van hun mensen vroeg me om als militair analist aan de slag te gaan. Zij was geïnfiltreerd bij internetaanbieder Casema waar ik werkte. Maar ondertussen werd ze heimelijk geobserveerd door een andere spion, een situatie die volledig uit de hand liep. Op de achtergrond speelde hierbij dat er binnen het inlichtingenwezen sprake was van een stammenstrijd: één groep wilde het beruchte fotorolletje van Srebrenica in de doofpot houden, anderen wilden de waarheid daarover juist in de open­baarheid brengen.’

Dat fotomateriaal was toch verloren gegaan bij het ontwikkelen?
‘De recruiter klaagde op de werkvloer over diverse zaken die fout gingen binnen de geheime dienst. Zo vertelde ze dat het Srebrenica-fotorolletje helemaal niet was mislukt; ze had de foto’s met eigen ogen gezien. Haar tegen­strevers lieten haar in de gaten houden door een infiltrant die achteraf de echtgenote van generaal Ad van Baal bleek te zijn. Hij had volgens mijn informatie zijn eigen vrouw als privé-spion ingezet. Van Baal was plaatsvervan­gend bevelhebber van de Koninklijke Landmacht ten tijde van het Srebrenica-drama. Het zou hem en Defensie ongekend gezichtsverlies opleve­ren als de bewuste foto’s ooit naar buiten komen. Ze zijn namelijk het bewijs­materiaal van de beginnende genocide door de Serviërs. Daar had de landmachttop dus wel dégelijk weet van.’

Dit boek zal in defensiekringen niet met gejuich ont­van­gen zijn.
‘De voormalige MID-recruiter spande een rechtszaak aan omdat ik haar onjuist zou hebben beschreven, waardoor haar ‘goede naam’ in diskrediet zou zijn gebracht. Saillant: De doofpotgeneraal  was toen al een klein jaar verkrijgbaar. In de recht­bank wist ze geen van haar claims hard te maken; ze overlegde werkelijk geen énkel bewijs! Met alle documenten die ik had aange­leverd, kon ik echter aantonen dat mijn verhaal juist was. Toch werd het boek verboden – totaal onbegrijpelijk. Een dergelijke aantasting van de persvrijheid is een unicum in Nederland. In hoger beroep werd het vonnis gelukkig resoluut van tafel geveegd: het gerechtshof gaf aan dat de publicatie voldoen­de steun vindt in de feiten. Nee, mij krijgen ze niet zomaar gemuilkorfd.’

Terug naar Defensie – heeft het ministerie ooit de intriges van de MID onder de loep genomen?
‘Nee, integendeel. Nadat ik de overheid had gevraagd de Casema-affaire te onderzoeken, ben ik op allerlei manie­ren tegen­gewerkt, geïntimideerd zelfs. Daar ga ik in de nieuwe druk nader op in, terdege onderbouwd met documentatie. Als je ziet hoe ik door verschillende inlichtingendiensten onder druk ben gezet en in diskrediet ben gebracht, dan toont dat aardig de werkwijze van onze geheime diensten. De krijgsmacht heeft een handje van intimidatiepraktijken, daar kunnen ook de nodige ex-militairen over meepraten. Wie de vuile was van Defensie buitenhangt, krijgt problemen. Mijn zaak is slechts een van de vele.’

Wat hoop je met je boek te bereiken?
‘Ik zou het toejuichen als de Casema-affaire alsnog wordt uitgeplozen – inlichtingenmedewerkers zijn hier verant­woor­delijk geweest voor onder meer ongeoorloofde infiltratie, afschrikking, diefstal en inbraak. De kwalijke rol die Van Baal heeft gespeeld mag dan gelijk worden ontrafeld. Een fraaie klus voor minister Hennis. Belangrijker is niettemin dat het deksel van de Srebrenica-doofpot wordt gelicht, zoals ook Hans Laroes in het nawoord van mijn boek bepleit. De zogeheten verstorings­maat­regelen van de overheid waar ik persoonlijk mee te maken heb gehad, hoe ernstig ook, vallen daarbij in het niet. Mocht Defen­sie overigens nog wat willen proberen: iedere poging mij monddood te maken is op niets uitgelopen. Kom maar op.’

 

 

 

 

 

Srebrenicafotorolletje verdonkeremaand –
om Nederlandse veteranen vredig een glas bier te laten heffen!

Het is algemeen bekend dat er op dat fotorolletje foto's staan van vermoorde Moslims in Srebrenica, en foto's van Dutchbatsoldaten die de Serviërs hebben geholpen bij de deportatie van de Moslims.

 

Tekst Alosman HusejnoviĆ

Oorspronkelijk gepubliceerd in het Bosnisch

1 oktober 2016, Dnevni Avaz

 

Edwin Giltay (47, Nederlands schrijver) is auteur van het vorig jaar verboden boek De doofpotgeneraal, een van de weinige verboden boeken in de geschiedenis van het land dat trots is op zijn algemene vrijheden. Het boek vertelt over het Nederlandse bataljon in Srebrenica waarvan een lid misdrijven registreerde op de basis Potočari in juli 1995, maar waarvan het fotorolletje later spoorloos verdween in een laboratorium in Den Haag.
Recent verscheen Giltays tweede uitgebreide druk omdat de eerste was uitverkocht toen het schokkende vonnis kwam. Hoewel het gaat om een spionageschandaal ‐ ‘Casema-affaire’ ‐ dat plaatsvond in de gebouwen van de Nederlandse internetprovider Casema, wordt een centrale plaats inge­nomen door het naar verluidt verdwenen en misplaatste fotorolletje. De foto’s hiervan werden [deels] gemaakt in het kamp van het Nederlandse bataljon (Dutchbat) in Potočari in de dramatische dagen van de val van Srebrenica.

Recent verscheen Giltays tweede uitgebreide druk omdat de eerste was uitverkocht toen het schokkende vonnis kwam. Hoewel het gaat om een spionageschandaal ‐ ‘Casema-affaire’ ‐ dat plaatsvond in de gebouwen van de Nederlandse internetprovider Casema, wordt een centrale plaats inge­nomen door het naar verluidt verdwenen en misplaatste fotorolletje. De foto’s hiervan werden [deels] gemaakt in het kamp van het Nederlandse bataljon (Dutchbat) in Potočari in de dramatische dagen van de val van Srebrenica.

Ongewenste getuige

De auteur van deze spannende ‘non-fictie’ spionagethriller nam de uitnodiging van Dnevni Avaz  hem te spreken van harte aan, omdat hij zich tijdens het schrijven van het boek en zijn verdediging in de rechtbank, verdiepte in de tragedie van de Bosniakken van Srebrenica. Hij leeft mee met hun diepe leed.
In een interview met onze krant praat Giltay over het boek waarvan het verbod in april van dit jaar [2016] werd opgeheven, en over het belangrijkste onder­werp van dit complexe verhaal: het ‘ontbrekende’ Srebrenica-fotorolletje.

Waarom heeft uw boek zoveel onrust in Nederland veroorzaakt dat de rechter erbij moest komen?

Voorop staat dat ik een Nederlands burger ben, die ongewild getuige was van een militair inlichtingenschandaal in mijn land. Er was sprake van een interne stammenstrijd binnen het militaire inlichtingenwezen: één groep wilde het beruchte fotorolletje van Srebrenica in de doofpot houden, terwijl anderen de waarheid daarover juist in de openbaarheid wilden brengen. En deze strijd werd over mijn hoofd en die van mijn collega’s uitgevochten in het Neder­landse bedrijfsleven.
Wie nare ervaringen heeft met geheim agenten, wil daar vaak niet over praten. Het is ook lastig om alle puzzel­stukjes op hun plaats te krijgen. Ik heb de spionage-intriges op mijn werk met verbijstering geobserveerd, en – ik geef toe­ – ik had eerst moeite mijn verhaal uit te leggen. Maar ten slotte, toen inlichtingenfunctionarissen de ins en outs van dit doofpot­schandaal aan mij toespeelden, heb ik besloten de hele affaire te doorgronden en met een boek te komen. De doofpotgeneraal  werd gepubliceerd in 2014, en werd goed ontvangen.
De pers schreef erover en een jaar later heeft de hoofdpersoon van het boek – voormalig landmachtbevelhebber generaal Van Baal ­– mij in de media als fantast weggezet. Ook spande een voormalige spionne van het ministerie van Defensie een rechtszaak aan. Niettemin heeft het Gerechtshof Den Haag in april dit jaar [2016] aangegeven dat mijn boek voldoende steun vindt in de feiten. Generaal Van Baal en de militaire inlichtingendienst (MID) staan nu in hun hemd.’

Heeft u ontdekt wat er precies op dat controversiële fotorolletje staat?

‘Nee, maar het is algemeen bekend dat op het beruchte, achter­gehouden rolletje foto’s staan van vermoorde Bosniakken uit Srebrenica. Deze foto’s werden twee dagen na de val van Srebrenica door Dutchbat gemaakt. Daarmee toont het rolletje aan dat Dutchbat al voor de genocide plaatsvond, wist dat de Serviërs Moslims executeerden. Ook zouden er foto’s op staan van Dutchbatters die de Serviërs hebben geholpen bij de deportatie van de Moslimbevolking.’

Door de Casema-affaire verloren het hoofd MID en de chef-staf MID hun baan. Heeft u iets nieuws gehoord over de Srebrenica-genocide en schaamt u zich als Nederlander voor de rol van Dutchbat?

‘Een agente van de MID heeft mij op mijn werk bij Casema ingelicht dat het rolletje simpelweg wordt achtergehouden om Srebrenica-veteranen te beschermen op de tennisbaan of in het café. Immers, na publicatie van de foto’s zouden ze in hun vrije tijd weleens door vrienden kunnen worden aan­ge­sproken op hun rol bij het drama van Srebrenica. Dat zou vervelend voor hen zijn. De waarheid is ontluisterend: fotobewijzen van [het begin van] de genocide verdwenen in de doofpot opdat veteranen ongestoord een potje bier kunnen drinken in het café.
Hun taak van VN-waarnemer van oorlogsmisdaden op mannen die ze hadden moeten beschermen, wordt kennelijk minder belangrijk bevonden dan de bescherming van hun reputatie onder vrienden. Bij Defensie blijkt het ophelderen van de volkenmoord absoluut geen prioriteit te hebben. Nee, de beeldvorming, het koesteren van de goede naam van onze jongens – dáár gaat het om.
Uiteraard schaam ik me dood als Nederlander voor het optreden van Dutchbat: de Koninklijke Landmacht had zijn mannen het bevel moeten geven de Moslims in de gevallen enclave tegen de Bosnische Serviërs te beschermen. Defensie had hen de bezieling moeten geven deze moeilijke taak uit te voeren. Niettemin lag de prioriteit bij de veiligheid van Dutchbat, dat zijn eigen hachje redde.
Overigens richt mijn kritiek zich niet zozeer op individuele Dutch­batters. De verantwoordelijke leidinggevenden voor de bescherming van de Moslims waren onder anderen de bevelhebber van de landstrijdkrachten generaal Hans Couzy en zijn plaatsvervanger generaal Ad van Baal. Zíj hebben gefaald. Let wel, hoewel Dutchbatters hun taak van waarnemer serieus namen door te fotograferen en filmen, was het de legertop die deze bewijzen in de doofpot stopte. Defensie maakt bovendien alles nog beschamender door nu – meer dan 20 jaar na de genocide – nog steeds geen ophel­de­ring te verschaffen. Integendeel, diverse Dutchbatters die nu een boekje opendoen, vertelden mij door de militaire geheime dienst te zijn geïntimideerd. Als je een lastige getuige bent in dit land, loop je het risico dat de Staat je gaat tegenwerken. Er wordt dan geprobeerd de pilaren onder je leven omver te duwen: je financiën, relatie, werk en vriendenkring. De druk maakt men zo groot met als doel je het zwijgen op te leggen. Ik kan er als burger over meepraten.’

Te veel leugens

Srebrenica blijft een nationaal trauma voor Nederland, zoals u in het boek zegt. Wat is de oplossing daarvoor?

‘Absoluut. De verwerking hiervan is moeilijk omdat er in Nederland zo veel is gelogen over Srebrenica. In ieder geval is het voor de verwerking essentieel dat Defensie transparantie toont. Bovendien moet Defensie niet langer haar geheime dienst misbruiken om kritische militairen en burgers die hun verhaal over Srebrenica naar buiten willen brengen het zwijgen op te leggen.’

Veel Dutchbatters waren uitgesproken anti-Moslim?!

Een interessant deel van het boek is dat waarin uw geheime bron van de BVD, huidige naam AIVD, heimelijk met de minister deelde dat veel Dutchbatters uitgesproken antimoslim waren, terwijl het hun taak was de Bosniakken [Moslims] te beschermen.

‘[De vraag klopt niet:] Dat heeft minister van Defensie Frank de Grave zelf in 1999 naar buiten gebracht. Dat dit door de top van de Militaire Inlichtingendienst was verzwegen, was reden voor hem om deze top te ontslaan.
Dat veel Dutchbatters anti-moslim waren, verrast me niet. Nederland had reeds in 1995 een groot probleem met de slechte integratie van buiten­landers, met name met die van Marokkanen. Naar mijn mening betreft het hier echter niet zozeer een islamprobleem maar een cultuur­probleem.’

De archieven van de geheime diensten

Als het in de doofpot is gestopt, waar is het fotorolletje dan en zal het ooit worden gepresenteerd aan het publiek?

‘Recentelijk verklaarde Peter Rutten van de Koninklijke Marechaussee die een onderzoek naar het rolletje leidde, dat het nog in ‘een of ander archief’ ligt opgeslagen. Hetzelfde zou gelden voor de afgedrukte foto’s. ...


Noot: Deze vertaling uit het Bosnisch is niet verricht door een professio­neel vertaler, maar heeft auteur Edwin Giltay zelf samengesteld met behulp van Google Translate uit zijn Nederlands­talige schriftelijke antwoorden op vragen van Avaz. Ter verduidelijking heeft hij hier enkele woorden tussen rechte haken bijgevoegd. De foto in de spread is van Marco Bakker.

 

 

 

 

Amsterdam | 13 JAN 2016

‘Mijn boek wordt nu juist méér gelezen’

lees meer

Amsterdam | 9 JAN 2015

Tv-interview van Metje Blaak met Edwin Giltay

 
Mayoni Oosterhoff, Nieuwe Revu, 13 januari 2016. Foto Roberto Dresia

 

 

 

 

 
Recensies en quotes

 
1
31 JUL 2014

‘Minutieus beschreven en goed gedocu­menteerd.’

— Jan Pronk, oud-minister

2
12 APR 2016

‘Het boek De doofpotgeneraal  mag weer worden verspreid. … Er bestaat geen twijfel over de zorgvuldigheid waarmee Edwin Giltay het heeft geschreven.’

— Gerechtshof Den Haag

3
16 SEP 2017

‘De heer Giltay heeft een indrukwekkend boek geschreven over zijn ervaringen. Ik vind dat de minister van Defensie een écht antwoord moet geven.’

— Sadet Karabulut, Tweede Kamerlid

4
24 NOV 2016

★★★★★

‘De inlichtingendiensten gefileerd, de overheid ontmaskerd.’

Hebban

5
17 FEB 2015

‘Dit boek maakt de noodzaak van stevige externe controle op inlichtingen- en veiligheidsdiensten maar al te duidelijk.’

— Bram van Ojik, Tweede Kamerlid

6
21 JUL 2018

‘Waarom ondernam men zulke ingewikkelde cover-up-operaties?’

Al Jazeera

7
15 APR 2016

‘Een boekverbod is niet van deze tijd. Ik heb het boek gelezen en kan het iedereen aan­raden. Het is erg spannend.’

— Harry van Bommel, oud-Tweede Kamerlid

8
4 FEB 2015, p. 5

★★★★

‘Goede observatie van een trieste stammenstrijd in de legertop.’

Nieuwe Revu

9
8 MEI 2015

‘Dit is een belangrijk boek over een belang­rijke affaire, waarin de geheime dienst bewijs van oor­logs­misdaden tracht te verduisteren ten koste van een wille­keurige, maar verrassend attente burger.’

— Roel van Duijn, politicus

10
27 NOV 2014, p. 2-3

‘Giltay noemt alle betrokkenen bij naam, hij geeft data, plaat­sen, en nergens vliegt zijn relaas uit de bocht.’

Leidsch Dagblad

11
9 MEI 2014

‘De werkelijkheid verzin je niet. De doofpot­generaal  is een onthutsende eyeopener over hoe onze geheime diensten werken.’

— Philip Dröge, onderzoeksjournalist

12
2017

★★★★★

‘Het is bijna verstikkend om te lezen hoe de inlichtingen­diensten onschul­dige burgers het leven zuur maken.’

Boekje Pienter (legerblog)

13
8 MEI 2015

‘Roept de sfeer op van Graham Greene’s fameuze Our man in Havana. Maar dan gesitueerd in Delft in de kantoren van een internetprovider ...’

— Christ Klep, militair historicus en auteur van Somalië, Rwanda, Srebrenica

14
APR 2015, p. 29

‘De doofpotgeneraal  laat zich lezen als een spannende en zeer gedetailleerde sleutelroman waarin de echte namen worden onthuld.’

Checkpoint, maandblad voor veteranen

15
23 OKT 2016

‘De werkelijkheid blijkt weer bizarder dan de groot­ste complottheorie. Dit boek bewijst dat werkelijk alles kan, ook in Nederland – inclusief bedreigingen.’

— Willem Middelkoop, publicist

16
27 MEI 2015, p. 7

‘In een nuchtere schrijfstijl met oog voor detail beschrijft Edwin Giltay het klungelige optreden van twee spionnen met gebrekkige omgangs­vormen waarvan hij getuige is.’

Haarlems Weekblad

17
19 SEP 2016

‘Nederland is een soort groothandel in doofpotten. Ik herken dit verhaal heel erg.’

— Roger Vleugels, WOB-specialist

18
17 FEB 2015

‘Andermaal wordt het vermoeden gevoed dat de Staat verant­woordelijk is voor het laten verdwijnen van het fotorolletje van Srebrenica.’

— Marco Gerritsen en Simon van der Sluijs, advocaten ‘Moeders van Srebrenica’

19
27 NOV 2014, Leidsch Dagblad, p. 2-3

‘Waarom kan de overheid niet gewoon open zijn? Het is belangrijk dat ook dit raadsel voorgoed wordt opgelost.’

— Brenno de Winter, schrijver en veiligheidsexpert

20
2017

‘Leestip! Het boek over het inzetten van geheim agenten en het fotorolletje van Dutchbat III werd eerst door de rechtbank verboden, maar is nu vrijgegeven zodat iedereen kan lezen wat er gebeurt in Nederland.’

— Vereniging Dutchbat III

21
2016, Nawoord De doofpotgeneraal, p. 229

‘Ik zou willen dat het héle boek Srebrenica ooit open­gaat. Zodra de overheid dan ook openheid geeft over dit verhaal, zou dat een mooie bijvangst zijn.’

— Hans Laroes, oud-hoofdredacteur NOS

22
22 OKT 2016

‘Over het mislukte fotorolletje uit Srebrenica, en over de warboel van intriges en rookgordijnen rond het verdwijnen van dit mogelijke bewijsmateriaal van oorlogsmisdaden.’

de Volkskrant

23
15 SEP 2017

‘U weet hoe Defensie met klokkenluiders omgaat: zie Fred Spijkers, Victor van Wulfen en Edwin Giltay.’

— Jan Born, onderzoeksjournalist

24
10 APR 2015

‘Een aanrader voor iedereen die een kijkje wil nemen in de keuken van overheidsspionage in de praktijk en de gevaren die dat met zich meebrengt voor alle betrokkenen.’

Bibliotheekdienst Biblion (1e recensie)

25
13 MAA 2017

‘Dat geheime diensten mensen naar binnen schuiven bij bedrijven is geen nieuws: lees Edwin Giltays De Doofpotgeneraal.’

— Victor van Wulfen, luchtmachtmajoor buiten dienst

26
2016

‘De auteur beschrijft op boeiende wijze zijn confrontatie met een nogal doorzichtig optreden van een geheim agent bij de internetprovider waar hij destijds werkte. Zijn verslag over deze affaire leest als een thriller.’

Bibliotheekdienst Biblion (2e recensie)

27
11 MEI 2014

‘Als het allemaal waar is, is Nederland een nog vreemder land dan ik in de afgelopen jaren ben gaan denken.’

— Chris van der Heijden, historicus

28
30 JAN 2017

‘Hooggeplaatsten proberen hun straatje schoon te vegen, maar worden door eigen geklungel aan de schand­paal genageld. Als het geen bloedernstige zaak was, zou de lezer het kunnen opvatten als een magistrale grap.’

— LeesKost, boekenblog

29
19 SEP 2016

‘Dit is allemaal écht ‐ met de Militaire Inlichtingen­dienst in de hoofdrol, die blunderend en knoeiend zich voortbewoog rond Edwin.’

— Jehanne van Woerkom, auteur van God huilt: document Srebrenica

30
24 DEC 2015

‘Marihuana is er toegestaan, maar een boek over Srebrenica niet.’

Vesti, Servisch dagblad

31
25 MAA 2014

‘Goed dat hierover wordt bericht.’

— Arnold Karskens, oorlogscorrespondent

32
7 MAA 2020, p. 12

‘Voor iedereen die spionage ziet als een ver-van-mijn-bedshow is dit boek een verras­sende eyeopener. Het biedt een onthullende inkijk in een wereld waar spionage, chantage en de ongeoorloofde inzet van middelen aan de orde van de dag zijn.’

De Andere Krant

33
3 APR 2018

‘Lees dit erg spannende boek. Dan weet je in ieder geval wat speelt en wat er kan gaan spelen.’

— Metje Blaak, auteur

34
5 JAN 2015

‘Het boek leest als een thriller. Het leest heerlijk weg en het is nog waargebeurd ook. En wanneer lees je wat over overheidsspionage?’

— Amsterdam FM

35
12 APR 2016

‘Het is nog steeds een raadsel waarom het boek in eerste instan­tie werd verboden. Maar kennelijk werd De doofpot­gene­raal  te brisant gevonden.’

— Jurian van Groenendaal, mediarecht-advocaat

36
26 FEB 2016

‘Tijdens het hoger beroep tegen het boekverbod wordt meteen duidelijk dat Edwin Giltay meer bewijsmateriaal bezit: 30 bewijsstukken tegenover één.’

Schrijven Magazine

37
12 MAA 2016

Over de rechtszaak: ‘Spionnen zijn gewend om een loopje met de realiteit te nemen en die te masseren.’

— Charlef Brantz, kolonel buiten dienst en voormalig VN-commandant in Bosnië

38
15 OKT 2018

De doofpotgeneraal werd in Nederland bij gerechtelijk bevel verboden. Giltay ontkende valse informatie te hebben verstrekt en in 2016 werd het verbod door het Gerechtshof Den Haag ingetrokken.’

Koran Sindo, Indonesisch dagblad

39
17 APR 2018

‘Ik zie graag dat er een Bosnische vertaling komt van De doofpotgeneraal.’

— Mirsada Čolaković, ambassadeur van Bosnië en Herze­govina in Nederland

40
12 JUL 2016

‘Doofpotten, censuur en de schaduw van een genocide die wellicht was te voorkomen. De ingrediënten van een thriller zijn er allemaal, behalve dat de auteur, Edwin Giltay, niets hoefde te verzinnen.’

+31 Mag, Italiaans tijdschrift

41
29 JUL 2020

‘Defensie heeft geen behoefte om inhoudelijk op het boek te reageren.’

— Ank Bijleveld, minister van Defensie

42
25 FEB 2116

‘Een opwindende documentaire thriller die het spio­nage­schan­daal vertelt, gerelateerd aan het verdwij­nen uit het laboratorium in Den Haag van beeld­materiaal van oorlogsmisdaden.’

Dnevni Avaz, Bosnisch dagblad

Ondanks alle ontvangen steun en het intrekken van het boekverbod, hebben verschillende autoriteiten in Nederland hun fouten nog niet willen toegegeven. Het laatste woord over deze affaire is nog niet gezegd.

 

 

 

 

Een voorheen verboden non-fictiethriller die spionnen ontmaskert
en een sinistere operatie blootlegt die Nederlands falen in Srebrenica moest verdoezelen

 

Een eerder verboden non-fictiethriller die spionnen ontmaskert en een sinis-

tere operatie blootlegt die Nederlands falen in Srebrenica moest verdoezelen

 

40+

Aanbevelingen

Van Kamerleden, historici, etc.

2

Rechtszaken

Zege voor persvrijheid

300+

Artikelen

Uitgebreide boekbesprekingen

38

Landen

Publiciteit op 6 continenten

 

 

 
Map

 

 

 

 
Auteur

Edwin Giltay (Den Haag, 1970) is redac­teur en van Nederlands-Indische afkomst. Giltay werkte als tech­nisch schrij­ver voor IBM en als manage­ment­assistent voor Deloitte. De afgelopen jaren eind­redigeerde Giltay maatschappijkritische boeken van uitgeverij De Blauwe Tijger.

Wilt u Edwin Giltay benaderen? Stuur dan simpelweg een email naar

Foto Marco Bakker

 

Foto­cre­dits: De auteursfoto op de boekomslag c/o Marco Bakker. CC BY-NC. De foto van Jan Pronk c/o Sebas­tiaan ter Burg, BY-SA 2.0. De foto van Sadet Kara­bu­lut c/o Bas Stoffel­sen van de SP, CC BY-SA 3.0. De foto van Bram van Ojik c/o GroenLinks. De foto van Harry van Bommel c/o Govert de Roos van de SP, CC BY-SA 3.0. De foto van Roel van Duijn c/o Rob Mieremet, CC0. De foto van Hans Laroes c/o Carl Koppeschaar, CC BY-SA 2.5. De foto"s van Philip Dröge en Brenno de Winter c/o John Melskens. De foto van Arnold Kars­kens c/o Wiki­portret, CC BY-SA 3.0. De foto van Chris van der Heijden c/o Sara van der Heijden van Wiki­portret, CC BY-SA 3.0. De foto van Willem Middelkoop c/o Govert de Roos van Wiki­portret, CC BY-SA 3.0. De foto van Metje Blaak c/o John Melskens. De foto's van Roger Vleugels en Jehanne van Woerkom c/o Jay Achter­berg. De foto van Victor van Wulfen c/o Gabriëls fotografie en Van Wulfen. De foto van Mirsada Čola­ković c/o de Bosnische ambas­sade in Nederland. De foto van Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen c/o Rijksoverheid , CC BY-SA 3.0. De eerste foto van Ank Bijleveld, c/o Rijksoverheid. CC0. De tweede foto van Ank Bijleveld, c/o Tech Sgt. Vernon Young Jr., CC BY-SA 2.0. De foto van Edwin Giltay in Novini.nl, c/o Roberto Dresia. CC BY-SA 3.0. Alle foto’s worden hier ver­kleind weer­gegeven en met verwijderde achtergronden. Icon credits: De icons in de nieuws- en recensie-secties zijn gekopieerd van hun web­sites. De zakenman- en bloggericon c/o Freepik van flat­icon.com, CC BY 3.0.